18 april 2022 – Roselin van der Torren is jeugdarts. Ze werkt op een consultatiebureau en op verschillende basisscholen. Voor artsmg.nl gaat ze een blog verzorgen, waarin ze de (vele) verschillende aspecten van haar werk toelicht. Aan de hand van vijf vragen volgt een eerste kennismaking met Roselin. ‘Mijn werk zorgt voor directe gezondheidswinst.’
1) Wat houdt je werk als jeugdarts in?
‘Ik werk met kinderen van 0 tot 12 jaar, waarbij ik op alle gebieden de gezondheid en ontwikkeling in de gaten houd. Denk bijvoorbeeld aan medische screeningen door middel van lichamelijk onderzoek, en aan het monitoren van groei, motoriek en gedrag. Daarnaast beantwoord ik vragen van ouders over hun kind en denk ik mee bij zorgoverleggen op school. Die vragen kunnen over van alles gaan. Van een kind dat mank loopt, of een kind dat opvallend gedrag vertoont, tot een kind met een chronische ziekte dat hulp op school nodig heeft. Ook buiten de spreekkamer ben ik actief en zet ik mij in voor collectieve preventie, bijvoorbeeld voor projecten waarmee we buitenspelen stimuleren.’
2) Waarom heb je gekozen voor de jeugdgezondheid?
‘Op de eerste plaats werk ik heel graag met kinderen. Maar nog belangrijker is dat ik voel en weet dat ik iets nuttigs doe. Je signaleert problemen, geeft voorlichting en je bent veel bezig met preventie. Daarmee zorg je voor directe gezondheidswinst. Verder is het erg divers werk, daar hou ik van omdat ik ook in mijn vak veel verschillende interesses heb. Ook geeft het me de mogelijkheid om vrij zelfstandig te kunnen werken en eigen projecten te doen. Zo heeft onderzoek naar motoriek mijn bijzondere belangstelling. Die holt gemiddeld trouwens hard achteruit, daar moeten we sowieso al alert op zijn.’
3) Wat vind jij het meest uitdagende in jouw werk en de opleiding?
‘Dat je in de spreekkamer zit en niet weet welke vragen je vandaag krijgt. Je hebt weinig middelen tot je beschikking, maar je moet wel in korte tijd tot een plan komen. Naar wie verwijs je bijvoorbeeld door? Het vergt veel basiskennis die je direct moet kunnen toepassen. Die uitdaging zit natuurlijk ook al in de opleiding, die tegelijkertijd veel ruimte biedt om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen. Gelukkig heb je bij de kinderen die wij zien meestal wel de kracht van tijd aan je zijde, want ze zijn niet acuut ziek.’
4) Welke ervaring heeft het meeste indruk op jou gemaakt?
‘Dat was een casus van een kind van drie maanden. Er waren wel kleine problemen met de groei en het kind dronk niet goed, maar in dit geval waren dat geen alarmerende symptomen. De ouders waren ook niet super ongerust. Maar ik zag wel grote neurologische problemen die richting een slechtnieuwsgesprek gingen. Dan ga je toch even twijfelen. Zie ik het wel goed? Ben ik ervaren genoeg om dit goed te beoordelen? Ik heb mijn zorgen wel uitgesproken en het kind verwezen. Het werd de volgende dag meteen opgenomen in het ziekenhuis. De ouders werden er logischerwijs door overvallen en voelden zich eerst boos en onmachtig. Dat was heftig, maar het is wel wat je moet doen.’
5) Welke tips heb je voor mensen die het vak overwegen?
‘Ik zou zeggen loop een keer mee en laat je verrassen. En realiseer je dat het werk op een consultatiebureau – waar iedereen wel een keer komt tijdens de opleiding – enkel het meest zichtbare deel van het werk van een jeugdarts is. Het vak is veel breder. Tot slot vind ik echt dat je als jeugdarts het verschil kunt maken!’
Lees de eerste blog van Roselin: Hoe een kind groeit en bloeit